Als DGA heeft u een keuze: beleggingsgeld in privé aanhouden (en box 3 betalen) of het geld in de BV of holding laten (en voorlopig géén box 3). Op deze pagina leggen we het verschil uit en kunt u het doorrekenen.
Box 3 staat volop in de belangstelling door lopende rechtszaken en aankomende wijzigingen. Reden te meer om goed na te denken waar u uw vermogen aanhoudt.
De kern is simpel: waar u uw geld parkeert, bepaalt welke belasting u betaalt. Privé? Dan box 3. In uw BV of holding? Dan vennootschapsbelasting en later misschien box 2.
Box 3 is de belastingbox voor vermogen dat u in privé aanhoudt: spaargeld, beleggingen, cryptovaluta, een tweede woning. U betaalt niet over wat u werkelijk verdiend heeft, maar over een fictief rendement dat de overheid vaststelt.
Het box 3-systeem staat al jaren ter discussie. Het Hoge Raad-arrest van 2021 (Kerstarrest) maakte duidelijk dat de fictieve heffing in sommige gevallen onrechtmatig was. Het kabinet wil per 1 januari 2028 overstappen op een systeem op basis van werkelijk rendement.
Wat betekent dat? U betaalt dan belasting over wat u daadwerkelijk verdiend heeft met uw vermogen — inclusief ongerealiseerde koerswinsten. Of dat voor u gunstiger of ongunstiger uitpakt, hangt af van uw beleggingsstrategie.
In de tussentijd geldt de tegenbewijsregeling: is uw werkelijk rendement lóger dan het fictieve rendement? Dan kunt u dat aantonen bij de Belastingdienst en betaalt u belasting over het lagere werkelijke rendement.
Een personal holding is een BV die u als enige aandeelhouder heeft. De holding heeft doorgaans aandelen in uw werk-BV en ontvangt via de deelnemingsvrijstelling winst of dividend van die werk-BV belastingvrij.
Veel DGA's laten overtollige liquiditeit (geld dat niet direct nodig is) in de holding staan. Dat geld valt dan niet in box 3 en bouwt rendementen op binnen de BV-structuur — pas als u het uitkeert als dividend betaalt u box 2.
Vul uw situatie in en zie de indicatieve uitkomst per scenario. Dit is een vereenvoudigd model — geen fiscaal advies.
Drie concrete voorbeelden om het verschil te illustreren. Aanname: 6% jaarlijks rendement, VPB 19%, box 2 24,5%.
Startbedrag €100.000 • 6% rendement • VPB 19% • box 2 24,5%
Startbedrag €250.000 • 6% rendement • VPB 19% • box 2 24,5%
Startbedrag €500.000 • 6% rendement • VPB 19% • box 2 24,5%
Beleggen in de BV klinkt aantrekkelijk. Maar er zijn valkuilen die mensen vaak vergeten.
Beleggen in de BV hangt samen met uw salaris, dividend en de totale belastingdruk. Gebruik de tools van DGAwijzer om uw situatie door te rekenen.